Wapenhandel: ethisch drijfzand

Om meshoarma?e te beginnen even voor de duidelijkheid: Frans Timmermans heeft vorige week niet gesproken over tanks in Indonesië. Daar waren de ambtenaren die meegingen voor. De bijna-verkoop zit de Nederlanders nog hoog: bij doorgang zou de staatskas met ruim 200 miljoen euro zijn gespekt. Maarjah, EU-regels en mensenrechten hè! Dat de Duitsers er vervolgens met de buit vandoor gingen, onder diezelfde EU-regels, was dan jammer. Het ging er dus eigenlijk niet zozeer om de vraag om of de tanks juridisch gezien verkoopbaar waren; de kwestie was vooral een ethische. En toegegeven, dat zijn de lastigste kwesties. Wat zijn de opties in wapenhandel – die wereldwijd overigens floreert –  en wanneer kan het echt niet door de beugel? Een draak van een probleem dat vraagt om een arbitrair overzicht :

Optie 1: de kans op ongewenst gebruik is groot
Denk aan wapengerelateerde deals met staten waar reeds conflicten heersen (Syrië, Somalië, Soedan, Mali), waar de kans op escalatie zeer sterk aanwezig is (Bahrein, Jemen, Rwanda en de Democratische Republiek Congo), grove repressie van de bevolking aan de orde van de dag is (Noord-Korea, Zimbabwe, Iran, Saoedi-Arabië, (Wit-)Rusland en China), of die politiek zeer instabiel zijn (Nigeria, Pakistan, Kirgizië, Turkmenistan, Tadzjikistan en Oezbekistan). In dergelijke gevallen zou niet alleen de staat wapenvergunningen per direct moeten opschorten, maar eveneens moeten afdwingen dat particuliere Nederlandse bedrijven uitstaande orders intrekken. Een dergelijke resolute lijn van de Nederlandse regering zou vandaag de dag betekenen dat grondstoffen voor traangas niet langer aan Bahrein geleverd of vervoerd mogen worden, aangezien de regering dit buitenproportioneel heeft ingezet tijdens demonstraties van de sjiitische meerderheid tegen de overheersend soennitische monarchie. Wapens leveren (of leveranties faciliteren) aan zowel het Syrische regime als aan opstandelingen, valt ook binnen deze categorie.

Categorie 2: de kans op ongewenst gebruik is minimaal
De tweede categorie bestaat uit wapengerelateerde handel met staten waarbij de kans op ongewenst gebruik – uiteraard vanuit het perspectief van de Nederlandse staat bekeken – zeer gering is. Daarbij valt te denken aan bondgenoten en bevriende landen zoals EU-partners, de Verenigde Staten, en een meerderheid van landen binnen de NAVO-alliantie. In die gevallen is er in beginsel geen reden om restricties op te leggen aan handel.

Categorie 3: de kans op misbruik is moeilijk in te schatten
De grijze gebieden ontstaan vooral in de laatste categorie, namelijk in die gevallen waarin het moeilijk is in te schatten op welke wijze en tegen wie de wapens, de systemen of de technologie mogelijk zullen worden ingezet. Hierbij gaat het met name om staten die niet geheel zuiver op de graat zijn wat betreft het waarborgen van mensenrechten, maar die tot nog toe geen grootschalige misdaden hebben begaan met het beschikbare arsenaal en ook geen blijk geven dat van plan te zijn. Indonesië, Turkije, Jordanië, Marokko, Kazachstan en Oekraïne zijn voorbeelden van landen waar de mate van vrijheid voor de burgers alles behalve optimaal is, maar waar (nog) geen zware wapens zijn ingezet tegen de menigte en geen grote dreiging van expansie of extreme politieke instabiliteit bestaat. Onder deze categorie valt dus ook Indonesië. Het valt niet geheel uit te sluiten dat tanks ooit zullen worden ingezet tegen de bevolking, maar die kans levensgroot noemen is sterk overdreven.

Daarnaast is het mogelijk dat materieel na levering onverwacht of buiten de invloed van de verkopende partij alsnog ‘fout’ terecht komt. Zo levert het Franse bedrijf Thales niet alleen de incheckpoortjes aan alle Nederlandse treinstations, maar eveneens thermische camera’s die Rusland op tanks heeft geschroefd en vervolgens aan Syrië heeft doorverkocht. Men kan hierop zeggen dat de Nederlandse regering zaken doet met een ‘fout’ bedrijf en dat Thales had kunnen weten dat Rusland de technologie niet zou gebruiken in bijvoorbeeld de land- en tuinbouw. Maar aan de andere kant wordt zaken doen vanuit dat perspectief in wel heel veel gevallen onmogelijk gemaakt en de vraag is of dat niet een te hoge prijs is. Zeker in die gevallen waarin het leveren van wapens juridisch is toegestaan.

Toegegeven, dit zijn extreem lastige kwesties – het dilemma tussen waarden en belangen – die vaak van geval tot geval moeten worden beoordeeld op hun specifieke context. Hoewel gouden regels dus niet bestaan is het wel mogelijk om zekere ‘safeguards’ aan te brengen. Enerzijds om leveranties in daadwerkelijk ongewenste situaties tegen te houden. Anderzijds om te voorkomen dat restricties niet om elk wissewasje worden opgelegd. Om dit zo zuiver mogelijk te houden dient onderscheid te worden gemaakt tussen landen die incidenteel een scheve schaats rijden en landen die structureel en systematisch incorrect handelen. Het wordt systematisch wanneer de overheid zelf op grote schaal en actief repressie- en vervolgingsmiddelen inzet tegen de bevolking of tot expansionistische handelingen overgaat. Elke levering van militair materiaal zou in deze situaties gelijkstaan aan medewerken aan (oorlogs)misdaden, wegens het actief faciliteren van staatsgeweld tegen burgers of andere landen.

Het is alles overziend belangrijk zich te realiseren dat de keuze om wapengerelateerde handel al dan niet toe te staan in alle gevallen een moreelpolitiek en daardoor arbitrair besluit is. Daarbinnen bestaan echter wel gradaties van grijze tinten. De derde en laatstgenoemde categorie leidt het duidelijkst tot (soms grote) dilemma’s. Dilemma’s die wij hier ook niet even 1-2-3 oplossen. Wat doe je bijvoorbeeld met bondgenoten die zonder mandaat andere landen binnenvallen? Of met landen die na een misstap een lange periode van verbetering tonen? In veel van dergelijke gevallen is de enige juiste weg die men kan bewandelen de democratische. Besluiten die op dit terrein democratisch tot stand komen genereren namelijk de meest zuivere uitkomst. Zij die een andere afloop voor ogen hebben moeten zich bij die uitkomst neerleggen of haar bestrijden via openstaande democratische procedures. Dat geldt voor zowel de voorstanders van een vrije vorm van wapenhandel als voor hen die de handel daarin liever geheel aan banden leggen. De vrijhandel moet volgens ons echter wel zoveel mogelijk de ruimte krijgen en restricties moeten te allen tijde als laatste toevlucht gelden. We horen graag uw mening! [DK & SdV]

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s