Bahrein en de gok op het verkeerde paard

???????????????????????????????De Arabische lente: het doet in de verte nog wel een belletje rinkelen, maar was die niet allang voorbij en grotendeels mislukt? Had de lente inmiddels niet plaatsgemaakt voor een strenge winter. Ja, onze vrienden de dictators uit Tunesië (Ben-Ali), Egypte (Mubarak), Libië (Kadaffi) en Jemen (Saleh) waren dan wel verjaagd door de eigen bevolking, maar wat daarop volgde heeft het enthousiasme van het Westen snel doen wegebben. Van een structurele democratisering is in de verste verte geen sprake – lekker realistisch ook in dit tijdsbestek, maar dat terzijde – en als we de balans opmaken zijn we de mensen in de regio nog slechter af dan aan het begin in 2011. Stabiliteit heeft plaats gemaakt voor chaos, anarchie en onvoorspelbaarheid. Geen ander voorbeeld dan Syrië illustreert dat treffender.  Zouden we, alles het even kon, niet stiekem alles liever terugdraaien of in ieder geval de hele boel vergeten, net zoals we hebben gedaan met de situatie in Bahrein?

Bahrein? Wordt daar komend weekend niet een Formule 1 race gehouden? Juist! Alle ogen van de wereld zullen dus drie dagen lang gericht zijn op Manamah. Voor demonstranten een uitgelezen kans om de aandacht weer eens op de politieke problemen in het land te richten. Uitgelezen kans ook voor een stukje duiding, want wat was er in hemelsnaam ook alweer allemaal aan de hand in dat Arabische ministaatje? En misschien nog wel belangrijker: wat valt er nog te verwachten?

In tegenstelling tot Syrië is Bahrein al een tijdje van de radar en uit het nieuws verdwenen. Niet belangrijk. Onder controle. Move along people, nothing to see! Ongemerkt broeit het echter nog op het kleine eilandje in de Perzische golf en net als bij Syrië kan dat uiteindelijk wel eens enorme geopolitieke gevolgen gaan hebben.

In februari 2011 brak ook in Bahrein een massale volksopstand uit. Wellicht getriggerd door de gebeurtenissen in Tunesië en Egypte ging de overwegend Sjiitische bevolking de straat op tegen de door Soennieten gedomineerde overheid. Het doel was in eerste instantie niet de omverwerping van de machthebbers – de familie al-Khalifa – maar het afdwingen van politieke vrijheden en de bescherming en naleving van mensenrechten. Op 17 februari van dat jaar escaleerde de situatie echter, toen ordetroepen van de regering met harde hand een demonstratie op de ‘parelrotonde’ in de hoofdstad uit elkaar sloeg. Ook in de dagen daarna kwam het regelmatig tot een confrontatie tussen de demonstrerende menigte enerzijds en politie en krijgsmacht anderzijds, waarbij die laatste er niet voor terugschrokken met scherp te schieten. Met het escaleren van de situatie werd ook de roep voor verandering vanuit de bevolking steeds krachtiger en spoedig werd het aftreden van koning Hamad bin Isa al-Khalifa alsnog geëist. In het nauw gedreven verzocht de koning de Gulf Cooperation Council (GCC) vervolgens om steun. Vrezend voor een versterking van het Sjiitische Iran in de regio gaven de Golfstaten gehoor aan het verzoek: op 14 maart 2011 staken ongeveer 2000 Peninshula Shield Force-troepen onder leiding van Saoedi-Arabië de brug naar Bahrein over om de orde te herstellen. Hoewel dat de protesten niet direct deed stoppen, lukte het de buitenlandse troepen – die zich inmiddels voor het grootste gedeelte hebben teruggetrokken – uiteindelijk om de een eventuele revolutie in de kiem te smoren. Daarmee verdween Bahrein van de beeldbuis en uit de kranten: situatie onder controle, niets meer aan doen.

De toestand in Bahrein lijkt aan de oppervlakte inderdaad onder controle en is dat voorlopig waarschijnlijk ook wel. Onder die oppervlakte woedt echter nog altijd een veenbrand die ieder moment kan ontaarden in een inferno. De koning heeft in 2011 geprobeerd de situatie te stabiliseren. Een speciale onderzoekscommissie werd in het leven geroepen om de hierboven beschreven gebeurtenissen te onderzoeken en daarover te rapporteren. In november van dat jaar kwam de commissie met de resultaten naar buiten: er was sprake geweest van systematische martelingen en het schenden van mensenrechten door de regering, (vuur)wapens waren door regeringstroepen op excessieve schaal ingezet en bewijs voor een aandeel van Iran in de protesten was niet gevonden. Structurele politieke en sociale hervormingen zouden nodig zijn om tot een vreedzame oplossing te komen, aldus de commissie. Naar aanleiding van die conclusies riep de koning op tot een nationale dialoog. De spanningen zouden volgens hem puur sektarisch zijn: tussen Soennieten en Sjiieten zou grote onenigheid bestaan die eerst moet worden weggenomen voordat tot verzoening kan worden gekomen. De overheid speelt daar volgens de koning een puur faciliterende rol in en zal optreden als neutrale ‘bemiddelaar’.

Precies door die lijn te kiezen verergert het regime de onrust die bestaat in Bahrein. Sektarische spanningen spelen inderdaad een rol, maar zijn niet de primaire oorzaak van de instabiliteit. Een groot, overwegend maar niet exclusief Sjiitisch deel van de bevolking wil vooral politieke en sociale hervormingen, waarbij de staat dus juist een elementaire, niet-neutrale rol speelt. Het regime is geen bemiddelaar, maar één van de ‘vechtende’ partijen die water bij de wijn zal moeten doen om tot een oplossing te komen. Zolang dat niet wordt erkend en mensenrechtenschendingen, het opsluiten van activisten en het bruut neerslaan van protesten op grote schaal doorgaan, blijft de kans op escalatie levensgroot.  Het regime speelt met zijn werkwijze echter bewust de sektarische kaart, zodat het lijkt alsof de machthebbers buiten en boven het conflict staan. Een sektarische strijd verandert op die wijze in een self fulfilling prophecy. De samenleving in Bahrein is de laatste tijd dan ook zichtbaar geradicaliseerd en gepolariseerd, waardoor vijandigheid tussen Soennieten en Sjiieten steeds openlijker wordt geuit. Als onderdeel van het geopolitieke machtsspel doen aartsrivalen Saoedi-Arabië (overwegend Soennitisch) en Iran (overwegend Sjiitisch) beide ook nog eens een duit in het zakje door verwante groeperingen te beïnvloeden. De Sjiieten zijn er inmiddels van overtuigd dat de Soennieten samenspannen om de status quo te behouden, de Soennieten vrezen dat verandering gepaard zal gaan met een totale machtsovername en vergelding door de Sjiieten. Dat terwijl beide partijen in werkelijkheid meer overeenkomsten dan verschillen hebben in hun zoektocht naar meer vrijheden, welvaart en democratisering.

Wat de situatie nog complexer maakt is de geopolitieke context. Bahrein is een klein landje, maar voor omringende landen en het Westen liggen er grote geopolitieke belangen. De Verenigde Staten hebben hun vijfde vloot, die verantwoordelijk is voor alle marinestrijdkrachten in de regio en Amerikaanse invloed in de olierijke Perzische Golf ondersteunt, aan de kust van Bahrein liggen. Daarnaast is het land een belangrijk onderdeel van de relaties die de VS heeft met de Golfstaten en Saoedi-Arabië. Voor Iran en Saoedi-Arabië is Bahrein een belangrijke pion voor invloed binnen het regionale krachtenveld. Voor de VS vormt het ministaatje daarmee een hoofdpijn-dossier: moet er gekozen worden voor een idealistische koers waarin het regime openlijk wordt aangesproken op mensenrechtenschendingen en democratisering of moet de koning tot vriend worden gehouden om stabiliteit en geopolitieke belangen zeker te stellen? Achter de schermen gebeurt wel het één en ander, maar het dilemma weerhoudt het Westen ervan harde keuzes te maken.

De formule 1 GP zal Bahrein een weekend lang in de spotlights zetten. Een groep NGO’s heeft alle coureurs zelfs al een brief gestuurd waarin hen gevraagd wordt de bevolking van Bahrein te steunen en racebobo Bernie Ecclestone heeft toegezegd met de oppositie in gesprek te gaan. Veel zal het op korte termijn niet aan de situatie in Bahrein gaan veranderen. Het land zal, nadat de winnaar van de race zondag bekend is, waarschijnlijk even snel weer uit de berichtgeving verdwijnen. Kijk er alleen niet van op als Bahrein ergens in de komende maanden of jaren weer eens het nieuws haalt door een nieuwe, hevigere uitbarsting van geweld, gevolgd door instabiliteit en chaos. Het valt te hopen dat het Westen op tijd gaat inzien dat het door in te zetten op de stabiliteit van het regime in Manamah op de lange termijn op het verkeerde paard aan het gokken is. Zoals Tom Malinowski, directeur van Human Rights Watch in Washington, stelt: “If we bet on the stability of authoritarian states, we will be right most of the time, but wrong at the crucial time.”

Geniet van de race zondag! [SdV]

Update: En ja hoor: tienduizenden demonstranten gingen vandaag de straat op.

 

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s