Een democratisch Iran: zit niemand op te wachten

kamVolgende week is het weer zover. De Islamitische Republiek van Iran zal de elfde opvoering van haar toneelstuk “democratische verkiezingen” houden. Zowel nationaal als internationaal wordt ons d.m.v. een sterk staaltje acteerwerk, waarbij zelfs Al Pacino zijn vingers zou aflikken, wijs gemaakt dat er heel veel op het spel staat. Maar is dat daadwerkelijk zo? Kan een andere president de internationale zorgen over het atoomprogramma wegnemen of zelfs voor een koersverandering zorgen?

Laten we die vraag proberen te beantwoorden door de verschillende dimensies van zowel de verkiezingen als de nucleaire kwestie te benoemen.

1.       Democratische verkiezingen?
In het buitenland, maar ook door hervormers in Iran, wordt het Iraanse politieke systeem altijd als zeer complex afgeschilderd. Niets is echter minder waar: het is een totalitair regime, waarbij de islam als ideologie fungeert. De Raad van Hoeders, een twaalfkoppig instituut, overziet het islamitische gehalte van alle wetgeving en kandidaten. Alles wat ook maar een beetje van die ideologie afwijkt wordt geweerd. Zes van deze twaalf ‘geleerden’ worden rechtstreeks door de Opperste Leider gekozen en zes door het parlement. Saillant detail is dat de parlementsleden dus daarvoor al door de Raad van Hoeders zijn goedgekeurd en de gunst dus als het ware terugdoen. Bovendien kan de Opperste Leider op bijna alles een vetorecht uitoefenen en zodoende elke beslissing die hem niet zint blokkeren. De wetgevende macht wordt de facto dus gegijzeld. Verkiezingen zijn niet vrij, en ook andere vrijheden zoals die van de pers, onderwijs, religie enzovoorts bestaan allemaal niet in Iran.

Verder valt de rechterlijke macht direct onder het bevel van de Opperste Leider. Hij wijst dan ook de hoogste rechters aan en kan ieder besluit wederom blokkeren. Zijn veto geldt eveneens voor beslissingen van de uitvoerende macht. Die uitvoerende macht heeft sowieso beperkte bevoegdheden, vooral op het gebied van de economie, maar wederom onder het toeziend oog van de Opperste Leider.  Bovendien vallen alle strijdkrachten direct onder zijn commando. Voor zover de trias politica in Iran, oftewel de scheiding der machten.

Dit ‘complexe’ systeem laat geen enkele illusie over ten aanzien van het bestaan van een democratie: hier is sprake van een demagogie. De Iraanse grondwet liegt er dan ook niet om: de soevereiniteit (het recht om te regeren) wordt rechtstreeks toegekend aan God en niet aan het volk. Dus niet het volk (de demos), maar God (theo) regeert en in zijn afwezigheid op aarde representeren de geestelijken hem. Een dergelijk politiek bestel heet dan ook geen democratie, maar theocratie. Het islamitische regime kan alleen het beestje dat het is niet bij zijn naam noemen, omdat de Islamitische Revolutie van 1979 in het verlengde lag van de Constitutionele Revolutie van 1906 en in werkelijkheid dezelfde doelen nastreefde: vrijheid en onafhankelijkheid gestoeld op de democratische grondwet van 1906.

2.      Kan een andere president de nucleaire patstelling vreedzaam beëindigen?
Het moge duidelijk zijn, maar één persoon en één groepering heeft het voor het zeggen in Iran: de Opperste Leider en de kliek van geestelijken om hem heen. Logischerwijs worden de belangrijkste beslissingen, bijvoorbeeld over het nucleaire programma, ook door de Opperste Leider en die kliek genomen. Ik betwijfel daadwerkelijk of de president wordt uitgenodigd voor strategisch beraad over dergelijke onderwerpen. Het is waarschijnlijker dat hij een memo krijgt om zijn uitvoerende macht, u raadt het al, uit te voeren. Bovendien is de president al vóór de verkiezingen “goedgekeurd” door de Raad van Hoeders en dus getoetst op zijn vermogen om orders op te volgen.

Zou deze Opperste Leider, of eventueel de volgende, dan zelf voor een koerswijziging kunnen zorgen? Het antwoord hierop is een stellige ‘neen’. Het islamitische regime heeft als ideologische vijanden Israël en de Verenigde Staten, die volgens haar pionnen van de duivel zijn, daar waar zijzelf de Goddelijke wil vertegenwoordigt. Er is dus geen enkele ideologische ruimte mogelijk voor concessies op dat gebied. Een dergelijke concessie zou het regime definitief loskoppelen van haar achterban, een fanatieke minderheid van islamisten die de seculiere meerderheid van het land onder de duim houdt. Helaas gaan veel (vaak zelfbenoemde) analisten hieraan voorbij.

Het regime is ‘revolutionair’ van aard, in de zin dat Khomeini eerst Iran veroverde, vervolgens de leiding van de islamitische wereld in handen wilde nemen, om uiteindelijk de hele wereld te islamiseren. Dit klinkt allemaal absurd, maar het zijn de uitgesproken doelstellingen van het regime. Dat Khomeini en zijn regime bij de eerste stap zijn blijven steken doet niets af van het feit dat het enige mechanisme dat het regime kent er één is van expansie. De top van het regime heeft altijd al ingeschat dat de kleinste terugtrekking (helemaal ten overstaan van ideologische vijanden) het einde betekent voor haar drijfveren en tot verval zal leiden. Mijn inziens is dat een hele correcte inschatting. Het zou namelijk alle expansieve energie naar binnen doen richten en tot een implosie leiden.

Daarbovenop komt dat het regime de nucleaire agenda van meet af aan als een “nationale zaak” heeft verkondigd en herhaaldelijk heeft beloofd geen stap terug te zullen nemen. Een concessie zou niet alleen tot enorm gezichtsverlies lijden in het binnenland, maar zou een teken van zwakte zijn en een signaal aan het volk afgeven dat ook zij eisen kunnen gaan stellen. Dus afgezien van de ideologische drijfveren beschikt het regime ook niet over de kleinste hoeveelheid politieke speelruimte om van koers te veranderen.

3.      Vreedzame energie vs. Kernwapens
Amerika, Israël en het Westen (lees: de ‘internationale gemeenschap’) beschuldigt het Iraanse regime ervan aan de productie van kernwapens te werken. Daartegenover stelt het regime de kernenergie enkel en alleen voor vreedzame doeleinden te willen gebruiken. Beide narratieven zijn echter lariekoek.

Op de eerste plaats moet worden opgemerkt dat er geen enkel overtuigend bewijs is gevonden dat het regime daadwerkelijk aan kernwapens werkt. Toegegeven, het regime heeft geheime faciliteiten en gedraagt zich op momenten zeer verdacht. Ook hun anti-zionistische leuzen doen niet direct denken aan “vreedzaamheid”. Maar daar waar dat laatste aan ideologische propaganda kan worden toegeschreven, kan het eerste  – de geheime faciliteiten – aan de reële vrees van bombardementen zonder waarschuwing (of zelfs een VN mandaat) worden toegeschreven. Zie Irak.

Tegelijkertijd is het onzin dat het regime kernenergie alleen maar voor vreedzame doeleinden wil gebruiken. Daarvoor betaalt het dan in ieder geval een veel te hoge prijs. Het regime beschikt over teveel olie en gas die beide ruimschoots in de energiebehoefte kunnen voorzien. Bovendien is het regime te onverantwoordelijk om te denken dat het omwille van het nationale welzijn en welvaart kernenergie wil opwekken om vervolgens de inkomsten uit olie en gas in, laten we zeggen, educatie en sociale voorzieningen te investeren.

Maar als er geen bewijs is voor een kernwapen en bovendien geen aanleiding om te denken dat het regime alleen vreedzame doeleinden heeft, wie moeten we dan geloven?

Zoals ik hierboven stelde: geen van beide. De waarheid is dat er helemaal geen finesse bestaat tussen nucleaire energie en nucleaire wapens. De capaciteit om nucleaire energie te produceren stelt een land – als het een aantal stappen extra zet – in staat om zoveel kernwapens te ontwikkelen als het maar wil. Nucleaire technologie is nucleaire technologie. Dus met nucleaire energie komt bijna automatisch de capaciteit om bommen te produceren; een land kan dat afhouden en enkel op het moment gaan produceren dat het dat nodig acht. Ter illustratie, Japan en Duitsland beschikken niet over een atoombom, maar zouden er binnen afzienbare tijd tientallen kunnen produceren. Het zijn daarmee geen officiële en erkende, maar wel de facto nucleaire machten.

4.      Internationaal recht en onrecht
Zoals nu al duidelijker wordt, is het Iraanse regime niet direct geïnteresseerd in kernwapens, maar in de capaciteit om ze te produceren. Daarmee overtreedt ze het non-proliferatieverdrag niet en handelt ze binnen de kaders van het internationaal recht om zelfstandig kernenergie op te wekken; zij het dat het “internationaal recht” een grote misvatting is.

In de moderne Iraanse geschiedenis is er door het Westen en Rusland namelijk vele keren geïntervenieerd in Iran. Daarbij is tot twee keer toe een democratisch bestel omvergeworpen: in 1921 en 1953. Het land is meerdere malen bezet door de Britten en de Russen. Dit ondanks legio verdragen die internationaal recht en nationale soevereiniteit predikten. Internationaal recht is dus voor zover alleen maar een smoes geweest om de Iraanse soevereiniteit aan te tasten.

Ondertussen behoudt Israël (uiteraard) wel het nationaal en internationaal recht om zichzelf te verdedigen; zelfs voordat het met een daadwerkelijke dreiging wordt geconfronteerd. Daarbij wordt continu verwezen naar de ideologische vijandigheid van het islamitische regime, die er vervolgens ook niet voor terugdeinst om olie op de vuur te gooien. Maar hoe ideologisch bezeten het regime in Iran ook moge zijn, ze zullen nooit en te nimmer een atoombom op Israël gooien. Al is het alleen al om het feit dat ze weten dat er vervolgens van links en rechts vergeldingen zullen volgen en dat zal het regime zeer waarschijnlijk niet overleven. Wat dat betreft gedraagt Iran zich dan ook compleet rationeel en dat weet Israël ook dondersgoed. Meerdere hooggeplaatste Israëlische veiligheidsfunctionarissen hebben dat openlijk toegegeven. Daarmee dringt de vraag zich op waarom Israël het gevaar van een Iraanse kernbom – waarvoor tot nu toe dus geen enkel direct bewijs is geleverd – dan zo theatraal opblaast.

21854netanyahu

5.        Ouderwetse machtsstrijd
De waarheid is dat Iran en Israël al voor het plaatsvinden van de Islamitische Revolutie in een regionale machtsstrijd verwikkeld raakten; een strijd waarvan de hevigheid sindsdien alleen maar is toegenomen. Israël heeft tijdens het bewind van de Sjah (Mohammed Reza Pahlavi) al ingezien wie haar ware politieke rivaal in de regio is. De ideologische make-over van Iran, de verworven onafhankelijkheid (t.o.v. de VS) sinds 1979, de val van Saddam Hussein en de verzwakking van  de Taliban in Afghanistan zijn ontwikkelingen die de invloed van Iran in de regio heeft vergroot. Een Iran met kernwapens zou de machtsverhoudingen nog drastischer doen veranderen.

De ideologische en ondemocratische facetten van dit regime zijn eigenlijk het minst zorgwekkend voor Israël en het Westen. Sterker nog, ik claim dat in de regio Israël in werkelijkheid de grootste vriend is van het islamitische regime. De wederzijdse vijandschap stelt beide landen namelijk in staat om aandacht van interne problemen af te leiden door naar het externe gevaar te wijzen. Voor Israël betekent het dat ze in een constante state of emergency kunnen blijven zitten, waardoor ze nauwelijks serieus met de Palestijnen (hoeven te) onderhandelen. Voor Iran betekent het dat ze alle misstanden in het land aan het oneerlijke Westen en vooral Israël kunnen toeschrijven en zich op die wijze altijd verzekeren van de steun van een deel van het volk.

De hamvraag is: zouden het Westen en Israël dan geen moeite hebben met een nucleair Iran – en nogmaals, er is geen finesse tussen de energie en de bom – als er een democratisch en ‘verantwoordelijk’ regime in dat land zou zetelen? Wederom is het antwoord negatief.

Iran is één van de grootste landen van het Midden-Oosten, met meer dan 70 miljoen inwoners, een enorme hoeveelheid aan gas en oliereserves en zeer strategisch gelegen: het verbindt de Perzische golf met de Kaspische zee en dus het Midden-Oosten met de Kaukasus. Als een dergelijk strategisch land met een dergelijke omvang nucleaire capaciteiten weet te verwerven, dan zal dat de regionale en mogelijk zelfs mondiale machtsbalans ongetwijfeld veranderen. Maar dat is niet eens de belangrijkste reden. Het land is op sociaal-cultureel vlak namelijk het meest te vrezen: Iran heeft verreweg het hoogste sociaal-kapitaal in het Midden-Oosten. De bevolking van het land bestaat voor een aanzienlijk deel uit hoogopgeleide jongeren (en er studeren meer vrouwen dan mannen aan de universiteiten). Daarmee heeft Iran een enorme potentie voor economische ontwikkeling. Daarnaast heeft het sterke linguïstische en historische banden met Afghanistan en Tadzjikistan, reikt het cultureel en etnisch tot de Kaukasus door Azerbeidzjan en Armenië, naar het Westen in Koerdisch en Sjiitisch Irak, en naar het Zuiden, aan de andere kant van de Perzische Golf, naar het Sjiitische Bahrein.

Met andere woorden: Iran heeft in potentie meer dan welk land ook invloed in het Midden-Oosten. Dat is vooral ingegeven door haar geschiedenis als een groot, historisch Perzisch rijk. En wil het nou dat Iraniërs zichzelf – door diezelfde geschiedenis – als niets anders dan een grootmacht zien.  Eenmaal bevrijd van het religieus fascisme zal het Iraanse volk die rol ook willen nastreven. Een dergelijke bevrijding van Iran zal echter geen van de grootmachten bevallen: Israël niet, het Westen niet, Turkije niet en Rusland, de historische vijand, al helemaal niet. Liever een islamitisch regime dat deze capaciteiten door haar achterbaksheid in toom houdt dan een democratisch regime dat ze laat bloeien. Dat is hoe de internationale gemeenschap naar Iran kijkt en niet anders.

Ondertussen zit de ‘gewone’ Iraniër in een spagaat tussen nationale demagogie en internationaal onrecht. Daar zullen de verkiezingen van volgende week helemaal niets aan veranderen.

[Jamaseb Soltani is politiek antropoloog en promoveert momenteel op het onderwerp ‘de relatie tussen kerk en staat in Iran’. Voor een avondje misvattingen over Iran rechtzetten is hij altijd te porren. Jamaseb is aanhanger van de Mossadegh-school en doet op het gebied van een democratisch Iran dan ook geen enkele concessie. Ook niet in ruil voor de heerlijkste fessendjoen van zijn oma. Aan Taroof doet hij liever niet en dat maakt hem – zelfs voor Nederlandse begrippen – de meest directe Iraniër die wij kennen.]

Disclaimert: Jamaseb schreef deze bijdrage op persoonlijke titel en de inhoud ervan komt niet noodzakelijkerwijs overeen met de visie van Stukje Duiding. Dat u het even weet.

Advertenties

4 thoughts on “Een democratisch Iran: zit niemand op te wachten

  1. Pingback: PutinPost: wat er staat en wat hij bedoelt | Stukje Duiding

  2. Pingback: Wat Putin in de New York Times schrijft en wat hij bedoelt | ThePostOnline

  3. Pingback: Wat Putin in de New York Times schrijft en wat hij bedoelt › WijnSpijs.nl ‹ Alles over wijn en spijs, restaurants en de WijnSpijs Wandeling.

  4. Pingback: Pact met de duivel | Stukje Duiding

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s