Stukje toekomstvisie op de krijgsmacht deel I

binocularsNog een paar nachtjes slapen (#spannend) en dan komt de minister van Defensie, Jeanine Hennis, met haar toekomstvisie op de krijgsmacht. Wegens niet goed met wachten en #meh #duurtlang, besloten wij in een vlaag jeugdige overmoed er zelluf eentje in elkaar te draaien. Terwijl de abacusambtenaren bij de Algemene Rekenkamer nog driftig rammelen op de rekenmachines, pleegden wij in een niet nader te noemen kroeg evenzo driftig overleg. Drie pallets met volgekalkte bierviltjes later, presenteren wij met gepaste trots en de aandacht die het verdient: de super-exclusieve kort-door-de-bocht-Toekomstvisie op de Krijgsmacht van StukjeDuiding!

Deel I: Belangen en dreigingendoor Marno de Boer. 

Westerse veiligheidsstrategieën neigen het begrip ‘dreiging’ ver op te rekken en Nederland is hierin geen uitzondering: instabiliteit in Centraal-Azië, zwakke staten in Afrika, wereldwijd terrorisme of de laatste capriolen van de Kim van dienst in Noord-Korea, allemaal  problemen die ‘onze’ belangen raken.

De primaire taak van een krijgsmacht bestaat echter nog altijd uit het beschermen van de eigen inwoners en grondgebied. Het is daarom cruciaal onderscheid te maken tussen enerzijds ‘belangen’ en ‘vitale belangen’ en anderzijds ‘dreigingen’ en ‘existentiële dreigingen’.

Instabiliteit in een ver weg gelegen derdewereldland staat in die rangorde tamelijk laag en is dus zelden een existentiële dreiging. Neem een falende staat als Somalië: geeft Nederland nauwelijks problemen. De economische schade door gemiste handelskansen zijn vooral voor de buurlanden en hetzelfde geldt voor de meest ontwrichtende gevolgen van de aldaar heersende instabiliteit. Sporadisch reizen moslimextremisten af naar het gebied, maar de eventuele dreiging die zij bij terugkeer vormen is een taak voor politie en AIVD. De schade van Somalische piraterij bedroeg in 2011 mondiaal zo’n zeven miljard dollar. Een beperkte internationale vloot, waar Nederland in het licht van handelsbelangen terecht aan bijdraagt, houdt het probleem beheersbaar.

De ervaring in Afghanistan leert dat een poging Somalië te ‘stabiliseren’ enorm kostbaar zal zijn en een twijfelachtige kans van slagen heeft. Stabiliteit in Afghanistan is dan ook geen vitaal belang. Na de ISAF terugtrekking in 2014 zullen de Taliban niet voor de ‘poorten van Wenen’ komen te staan. Lokale machtsstrijd/invloed en het opgesloten houden van vrouw(en) en dochters zijn voor hen vitaler belangen. Hoewel niet hardop uitgesproken, erkent de NAVO dit ook. Het bondgenootschap trekt  zich terug uit Afghanistan terwijl de Taliban nog onverminderd sterk is. Ter vergelijking: het was ondenkbaar dat de Verenigde Staten zich in het midden van de Koude Oorlog zou terugtrekken uit Europa.

De oorspronkelijke rechtvaardigingsgrond voor de aanwezigheid in Afghanistan – terrorisme – is sinds 9/11 sowieso teveel een krijgsmachtstaak geworden. Het aantal aanslagen in Europa ligt lager dan in de Koude Oorlog, toen linkse en rechte groeperingen terreur zaaiden, en door politie en inlichtingendiensten werden bestreden. Ook tegenwoordig worden de meeste aanslagen in Europa gepleegd door regionale separatisten, niet – zoals veelal gedacht – door Jihadistische moslims.

Daarnaast is het maar de vraag of expeditionaire avonturen terreurdreiging verminderen. Afghanistan en Irak zijn nog verre van stabiel en bovendien zijn er altijd wel weer nieuwe gebieden waar Jihadisten heen kunnen, zoals nu Syrië, Pakistan, Mali, Libië of Jemen. Het belangrijkste middel tegen terrorisme lijkt dan ook eerder de waakzaamheid van inlichtingendiensten. De Britse veiligheidsdienst MI5 heeft bijvoorbeeld talloze aanslagen verijdeld, terwijl de dure en bloedige missie in Helmand per saldo weinig strijders die een bedreiging vormden voor Groot-Brittannië heeft uitgeschakeld. Het tegendeel lijkt eerder het geval.

Verdere instabiliteit in het Midden-Oosten (Syrië bijvoorbeeld) en Noord-Afrika (Mali)  is ook niet direct een reden de krijgsmacht eropaf te sturen. We zullen op die manier in veel van de gevallen in een bloedige burgeroorlog terecht komen die we niet – althans niet voor een aanvaardbare prijs – kunnen winnen. En gelukkig zit er voor vervelende gevolgen als terrorisme, smokkel en georganiseerde misdaad nog altijd de Middellandse Zee tussen. Ondanks een geglobaliseerde wereld blijft dat een lastig obstakel.

Het is goed om ons te blijven realiseren dat ons land tegenwoordig een ontzettend veilig land is. De grootste dreigingen voor Nederland, dat momenteel zelf geen instabiele landen of grote dreigingen in de buurt heeft, lijken dan ook conflicten die het grondgebied van de NAVO en met name de EU direct raken. Europese integratie is zo ver gevorderd, dat een gewapend conflict in een lidstaat zaken als de interne markt en vrij verkeer van personen per definitie in gevaar brengt. Vooral Zuid-Oost Europa lijkt een risicogebied. Het is nu rustig, maar in Kosovo, Macedonië en Bosnië is een duurzame politiek compromis nog ver weg. Hier ligt in eerste instantie een taak voor diplomatie, EU-hulpgelden en een civiele missie, maar mocht de zaak uit de hand lopen dan is het wel van belang militaire opties achter de hand te hebben. Het bewaken van Turkse grenzen en diens luchtruim, in de context van de Syrische burgeroorlog, is een ander voorbeeld dat ingrijpen legitimeert. Daarbij is een beperkte inzet, zoals het stationeren van Patriots, in eerste instantie voldoende: zoals gezegd legitimeert de huidige situatie – vanuit Nederlands oogpunt – geen militaire interventie in Syrië.

Een ander vitaal belang voor Nederland is de wereldwijde zeehandel, met name via de haven van Rotterdam. Bij het beschermen daarvan ligt vooral een taak voor de marine. Piraterij speelt nu met name rondom Somalië en West-Afrika, maar zou zich bij verdere instabiliteit in het Midden-Oosten ook naar de Middellandse Zee uit kunnen breiden. Daarmee zou het een (nog) sterkere dreiging voor Nederland en de EU worden.

De vaak genoemde Iraanse en Koreaanse ‘dreigingen’ moeten daarentegen in perspectief worden bezien. De regimes, met aftandse wapensystemen die nauwelijks offensief inzetbaar zijn, vormen primair een dreiging voor hun eigen volk. De zoektocht naar langeafstandsraketten, eventuele kernwapens, en manieren om zeehandel te frustreren zijn dan ook vooral bedoeld een eventuele Westerse ‘humanitaire interventie’ af te schrikken. Zolang wij dus niet binnenvallen om ‘stabiliteit’ en mensenrechten te brengen (zoals in Afghanistan en Irak mislukte) lijken deze landen geen directe existentiële dreiging.

Samenvattend:
Vitale belangen zijn primair stabiliteit en veiligheid voor eigen inwoners en op eigen, EU- en NAVO grondgebied en een onbelemmerde internationale zeehandel (veilige handelsroutes). Het gaat hier, anders gezegd, om de Nederlandse belangen in enge zin.
Existentiële dreigingen zijn voornamelijk instabiliteit op of direct grenzend aan eigen, EU- en NAVO-grondgebied (denk voornamelijk aan Zuid-Oost Europa en een stuk minder aan Mali of Syrië, waarbij in het geval van die laatste vooral een spill-over naar Turkije moet worden voorkomen). 

Het zijn deze vitale belangen en existentiële dreigingen die leidend moeten zijn bij het inrichten van de krijgsmacht van morgen. In deel 2 zullen we nader ingaan op welke gevolgen deze benadering heeft voor het materieel en personeel daarvan.

[Marno de Boer is ‘onze’ man in Pakistan. Studeerde Militaire Geschiedenis aan King’s College London en Internationaal Recht aan de Universiteit Utrecht. Na de gehele collectie gewelddadige Youtube filmpjes meerdere malen te hebben gezien besloot hij zelf maar eens een ‘verdachte reisbeweging’ te maken. Zijn voorkeur gaat uit naar defensieonderwerpen, irreguliere oorlogvoering, en gebieden waar geen enkele jaarclub of frequent flyer card je binnen krijgen. Is scepticus en tevens realist, maar heeft oog voor de kracht van idealen. Niet van de ‘hearts & minds’ school, maar in ruil voor goede koffie valt over veel te praten.]

Advertenties

4 thoughts on “Stukje toekomstvisie op de krijgsmacht deel I

    • Yep, maar wel een broodnodige situatieschets alvorens wij overgaan tot deel II (materieel en personeel) en III (soorten missies) – deze schets is niet voor iedereen gesneden koek natuurlijk. Als de politiek volgens het bovenstaande zou handelen, zou de EUTM in Mali geeneens een discussiepunt zijn geweest.

  1. Beste Marno de Boer. Hulde voor deze analyse. Voor wat het waard is, ik schreef voor de http://www.thepostonline.nl ook een toekomstvisie voor Defensie (deel 1, deel 2).

    Beste Stephan Pront,

    Te summier? Met alleen..

    “De primaire taak van een krijgsmacht bestaat echter nog altijd uit het beschermen van de eigen inwoners en grondgebied. Het is daarom cruciaal onderscheid te maken tussen enerzijds ‘belangen’ en ‘vitale belangen’ en anderzijds ‘dreigingen’ en ‘existentiële dreigingen’.”

    ..was het al zeer raak geweest.

  2. Helder stuk. Als aanvulling zou ik willen aangeven dat naar mijn mening de Nederlandse (en NAVO, EU)vitale belangen natuurlijk niet per definitie vanuit het eigen territorium beschermd hoeven te worden. Het bereik van de PzH is al ongeveer groter dan Nederland laat staan andere middelen… Nederland heeft tactisch gezien te weinig diepte, maar los van dit militaire oogpunt wil je op basis van inlichtingen de zaak wel voor zijn. Of het dan gaat om statelijke of niet-statelijke actoren is dan meer een juridisch vraagstuk. Niet alle bedreigingen doen namelijk zaken met grenzen of territoria. Maar dat je dit soort broeinesten dient aan te pakken is terecht. Wel de nesten die dan de door jouw geschetste vitale belangen op ene zeer directe manier bedreigen. Daarnaast, hier niet besproken, ben ik zelf ook voorstander om op basis van humanitaire gronden een conflict aan te gaan. Of dit moet uitmonden in een langdurig conflict is een tweede, maar dat het een terechte grond is om te interveniëren vind ik zeker. In welke fase van zo’n conflict Nederland een rol kan spelen komt later op SD nog ter sprake.
    Wat ik kortom wil aangeven dat als je je enkel richt op de verdediging van territoriale en politieke integriteit van je eigen land, waar op dit moment een marginale dreiging op is, je meer bezuinigingen in de hand drijft. Juist vanwege die dreiging, of eerder het gebrek er aan. Ik denk dat dit strategisch ook niet verstandig is. Dan hebben we nog niet gesproken over burden en risk sharing..:)

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s