Een andere visie op ‘kiezen’ en ‘kaasschaven’

kaas. Nom.Vorige week verscheen het artikel ‘Geen kaasschaaf, maar strategisch kiezen’ van Joris Janssen Lok, hieronder een  reactie van onze Defensie-deskunde voor Dummies docent – Michiel Mans:

Naar mijn idee is er, als altijd, slechts één keuze. Vrij gebaseerd op Vegetius: Je kunt tussen dolle honden alleen in vrede leven als je een grote stok hebt. Anders gezegd: we hebben alles nodig. Over de precieze mix en aantallen kun je verder discussiëren, maar dat we van alles (wat) moeten hebben staat vast. Wat dit betreft heeft minister van Defensie Hennis-Plasschaert gelijk als ze in de Defensiekrant van 17 september meldt (.pdf): –“Ook in de toekomst heeft Nederland een krachtige, hoogwaardige en flexibele krijgsmacht nodig, inzetbaar op alle geweldniveaus en voor alle strategische functies”-. Dat ze het invult met nog minder dan het schamele wat restte, is een ander verhaal.

Joris Janssen Lok schrijft in zijn artikel:

Wederom een bezuinigingsronde bij Defensie en wederom volgens de kaasschaafmethode. Verdeel de pijn zoveel mogelijk over iedereen, maak vooral geen drastische keuzes.

Ik vind het schrappen van onder andere een pantserinfanteriebataljon een behoorlijk drastische keuze als je er überhaupt nog maar vier hebt. Het is geen kaasschaven, het is amputeren. Een drastische keuze in het verlengde van eerdere drastische keuzes waardoor de krijgsmacht is gereduceerd tot een graatmagere schim van wat het was. Met de mond bleven we echter ‘Champions League’ (voormalig defensieminister Hillen) of blijven we inzetbaar op alle geweldniveaus.

Nederland wil met elke inzet internationaal politiek kunnen “scoren”, bonuspunten binnenhalen en zijn vlag vertonen. In het verlengde hiervan: Om conflicten in te dammen. Om genocide te stoppen. Om ontwrichting te voorkomen.

Een krijgsmacht om het nationale politieke ego te strelen wordt inderdaad belangrijker geacht dan de kerntaken hiervan en wat daar werkelijk voor nodig is. Gezien de ronduit stuitende selectiviteit, zeg maar gerust ‘moral obscenity‘ (Secretary of State John Kerry) bij de keuzes voor aandacht aangaande het indammen van conflicten of stoppen van genocide, is dit een pervers ‘scoren’. Van een geheel andere orde weliswaar, is de morele obsceniteit van voormalig commandant der strijdkrachten generaal b.d. van Uhm. Deze morele held sprak zich in een tv-spot dapper uit tegen de bezuinigingen op de Publieke Omroep, maar is (en was) publiekelijk een stuk minder uitgesproken over de defensiebezuinigingen. Dit terzijde.

In Congo kostte de immer voortdurende strijd tussen de 3 en 5,4 miljoen (burger)doden. Er worden de meest smerige strijdmethoden gebruikt. Van massamoord tot ‘tactische’ massaverkrachting. Staat Congo proportioneel (30-54 keer) vaker op de internationale politieke agenda dan Syrië, waar in ruim twee jaar tijd ‘slechts’ circa 117 duizend doden zijn gevallen?

Het hele ‘concept’ van Grondwet Art 97.1 [-] “~alsmede ten behoeve van de handhaving en de bevordering van de internationale rechtsorde, is er een krijgsmacht.” – is een farce. Wereldwijd overigens. Stop er mee en concentreer je op wat nodig is voor de verdediging van het eigen (bondgenootschappelijke) territorium. Zeker met het huidige en toekomstige defensiebudget.

Andere criteria zijn probleemloze interoperabiliteit in multinationaal verband, wereldwijd snel inzetbaar, lichtgewicht, wendbaar, flexibel, schaalbaar, modulair en geschiktheid voor alle geweldniveaus. [-] Daarbij is een belangrijke overweging dat zware landstrijdkrachten voor Nederland steeds minder bruikbaar zijn in moderne conflicten. Want voor welke taken kunnen wij ze eigenlijk nog gebruiken? [-] What counts is what works, dus het behouden van (in feite) onnodig materieel is zonde van de potentiële kunde en capaciteit.

Leren we dan nooit iets van de geschiedenis? Bereiden we ons dan immer voor op de ‘laatste oorlog’? De laatste was, zoals dit tegenwoordig heet, ‘asymmetrisch’ dus je daar op voorbereiden wordt het nieuwe militair-strategische denken? Met ‘lichte’, ‘wendbare’ en ‘flexibele’ eenheden, want deze hebben de toekomst. Als we de komende decennia alleen tegenstanders a la de Taliban hoeven te vrezen, wat moeten we dan met de stealthy F-35? Is een order voor bijvoorbeeld de OV-10X Bronco niet logischer?

Los hiervan, er wordt weliswaar beweerd dat zware landstrijdkrachten onbruikbaar zijn in ‘moderne conflicten’, maar de praktijk leert eerder het tegendeel. Neem de ervaringen in bijvoorbeeld Afghanistan. Kijk hierbij ook (vooral) over de grens naar de ervaringen van NATO-collega’s. Dat Nederland het zware materieel veelal thuis liet maakt dit materieel niet zinloos of overbodig. Canada gebruikte wél tanks (Leopard 1 C2) in Afghanistan en schaft zelfs (ex-Nederlandse) Leopard 2s aan op basis van de ervaringen in Afghanistan. De Amerikanen beschouwen hun zware materieel, zoals de M1 TUSKs en Bradley BUSKs, als een essentieel onderdeel van strijdkrachten in een asymmetrische oorlog, waarin een mix van licht en zwaar* noodzakelijk is.

Ook Denemarken, waar ze net als Noorwegen meer knallen voor hun knaken krijgen, zet in Afghanistan tanks in. Niet in de laatste plaats vanwege lessons learned op de Balkan in 1994, waar Nederland (mede) vanwege het thuisblijven van onze Leopards circa zevenduizend foute kills ‘scoorden’. Het jaar dat Nederland bedenktijd kreeg na de Deense gevechtservaringen in BosniÎ is niets mee gedaan, niets van geleerd. Tot op de dag van vandaag.

En, hoe doet dat ‘lichtgewicht’, ‘wendbaar’ en ‘flexibel’ het in de praktijk? De voertuigen bleven en blijven in Afghanistan meestal in een slakkengang op- en aan de weg manoeuvreren, ongeacht of ze ‘licht’ (kwetsbaar voor RPG/IED) of ‘zwaar’ zijn (minder kwetsbaar voor RPG/IED). Wat is het nut van terreinvaardigheid, licht en flexibel zijn als je er geen gebruik van kunt- of wilt maken, en je het mede daarom niet bent? Het lichte wordt bovendien steeds zwaarder. Lichte voertuigen -categorie Land Rover- zijn grotendeels vervangen door een ‘tientons’ 4 x 4 of 6 x 6. Dit nieuwe zware ‘licht’ beweegt zich in de Afghaanse praktijk niet sneller. Als je het lichte niet optimaal beweeglijk kunt- of wilt inzetten, en je voornamelijk op- en aan de weg blijft, kun je het maar beter zo gepantserd mogelijk doen. Met bijvoorbeeld de CV90, zoals de Noren in Afghanistan. Ongeacht hoe ‘licht’ of ‘zwaar’ westerse troepen zijn, de ‘asymmetrische’ strijders zijn immer lichtvoetiger en flexibeler, en hebben mede hierom vrijwel altijd het initiatief. Misschien moeten westerse militaire denkers de definitie van ‘licht’ opnieuw bestuderen. In ieder geval evalueren.

Maar, blijft het voorlopig alleen bij ‘asymmetrische’ tegenstanders? De minister weet het ook niet. Daarom schrijft ze (Defensiekrant): “De belangrijkste constante in de internationale verhoudingen is onzekerheid. En die onzekerheid gaat gepaard met afnemende stabiliteit, plots opdoemende crises en nieuwe bronnen van internationale spanning. Conflicten in Noord-Afrika en in het Midden-Oosten zijn hiervan manifestaties.”

Je weet niet wat de toekomst brengt. Uit het verleden weten we echter wel dat een mega-oorlog in soms luttele weken kan uitbreken (WOI). De meeste oplopende spanningen lopen met een sisser af, maar zit er garantie op? Had het Russisch-Georgische conflict in 2008 een uitslaande brand kunnen worden? Wat geeft daarnaast het fors opvoeren van het defensiebudget in Rusland en China te denken? Of hoeft hier niet over nagedacht te worden? Heeft dit geen consequenties voor het ‘lichte’ militaire denken in Nederland?

Gezien de geschiedenis en onzekere toekomst is het naar mijn idee keihard noodzakelijk om binnen de landmacht een zware component in stand te houden. Desnoods met slechts één kleine drie-bataljons brigade. Tanks waren-, zijn- en blijven hier een essentieel uitrustingsstuk voor, wil je werkelijk inzetbaar zijn op alle geweldniveaus. Zonder tanks (of met slechts achttien pantserhouwitsers) toch pretenderen ‘Champions League’ te zijn, is gevaarlijke, misleidende kolder. Zeker met ons minieme ‘elftal’.

Kwantiteit is ook kwaliteit. De effectieve aanschaf van 35 F-35s (plus 2 niet-operationeel inzetbare testtoestellen) levert een operationeel inzetbare sterkte op van hooguit twee kleine squadrons van tien-twaalf toestellen. Dat is te weinig. Als je er niet meer dan 4,5 miljard voor over hebt moet je meer betaalbare ‘goed genoeg’ toestellen in voldoende aantallen aanschaffen. De F-18E (Super) Hornet of de eenmotorige, nog goedkoper vliegende JAS-Gripen leveren een betere kwaliteit-kwantiteit verhouding op. Stealthtechnologie is duur en mogelijk overrated. Alle andere argumenten vóór de F-35 zijn grotendeels (lobbyisten) propaganda. De F-35 aankoop is gezien het aantal aan te schaffen toestellen slechts een flinterdun vergulde poging tot internationaal aanzien.

Het lijkt me daarnaast zeer noodzakelijk om naar Noorwegen (defensiebudget circa 6 miljard euro) en Denemarken (defensiebudget: 3 miljard euro) te gaan kijken om te zien wat zij aan krijgsmacht hebben en houden. Waarom ontvangen zij more bangs for their bucks? Kijk eveneens naar hun mobilisatiecapaciteit, hun inzetbare reservisten. Hoe effectief zijn onze paar Natres-bataljons (slechts drie) bij nationale calamiteiten? Wat heeft Nederland aan reservematerieel om (ad hoc) reservisten mee uit te rusten? Minister Hillen vertelde eens ‘het hele land te mobiliseren’ als de pleuris uitbreekt. Nederland heeft echter vrijwel geen reservematerieel. Alles wat niet langer in gebruik is wordt verkocht of verschroot. Er staat momenteel gelukkig het nodige in opslag (wachtend op een koper) dus het is nog niet te laat om een aantal verkeerde beslissingen terug te draaien of een andere invulling te geven.

* Zie onder andere ook de artikelen ‘Whither Armor’ (Vol 1, issue 2) en ‘How armor units adepted to the Urban COIN mission in Baghdad’ (Vol 1, issue 4) in The Journal of Military Operations (het vereiste lidmaatschap is gratis). National Geographic vertoont momenteel de zeer informatieve serie Battleground Brothers. Hierin kun je zien hoe nuttig M1 Abrams tanks zijn voor Amerikaanse mariniers in Afghanistan.

Michiel Mans is een ‘nukubu’. Een nutteloze kutburger in een leunstoel. De nachtmerrie van elke professional. Een bd-soldaat der 1e Klasse die vrijwillig als verkenner met zijn jeep, en later als zandhaas bij de Nationale Reserve, de Rode Horden tegenhield. Daarnaast leest Mans wel eens een Sun Tzu, Liddell Hart, Marshall of van Creveld. Of trekt zijn bijbel ‘The encyclopedia of Military History’ van Dupuy & Dupuy uit de kast. Mans weet dus alles. Helaas luistert niemand naar hem.

Advertenties

One thought on “Een andere visie op ‘kiezen’ en ‘kaasschaven’

  1. Volgens de heer Mans is de krijgsmacht door alle bezuinigingsrondes van de laatste jaren gereduceerd tot “een graatmagere schim van wat het was.” Ik ben het met hem eens. Ik denk ook dat een graatmagere schim op het slagveld weinig te zoeken heeft. Tenzij je kiest voor investeren in bepaalde capaciteiten en met andere stopt. Een bijdrage aan internationale operaties met Nederlandse zware landstrijdkrachten ligt minder voor de hand dan met jachtvliegtuigen, marineschepen en lichte landeenheden. Vandaar mijn keuze.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s